De droom van de (Lebuinus) toren

 

‘Wat een gammel, oud ding zeg!’ De jongen staat aan de voet van de Lebuinustoren. Hij kijkt omhoog. De man, die naast hem staat, haalt een boekje uit zijn rugzak en bladert erin. ‘Oud is deze toren zeker Bas’, zegt hij dan. ‘Al in 1460 werd begonnen met de bouw. Eerst alleen met het onderste, brede deel. Twintig jaar later werd het smallere stuk erop gebouwd. In 1613 kwam de koepel, die ze ook wel de Lantaarn noemen, bovenop de toren.’ De ogen van de man beginnen te stralen. ‘In die koepel zit het oudste klokkenspel van Nederland!’ ‘Lekker boeiend, pa’, zegt de jongen, die dus Bas blijkt te heten. Hij kijkt ongeïnteresseerd om zich heen. ‘Zullen we verder gaan?’ ‘We kunnen deze toren ook beklimmen’, stelt de vader voor. Bas zucht verveeld. ‘Tweehonderdtwintig treden’, zegt de vader. ‘En dan heb je een schitterend uitzicht over heel Deventer!’ ‘Tweehonderdtwintig treden, in dat krakkemikkige, lelijke ding? Ik dacht het niet pa.’ ‘Die toren is toch niet lelijk Bas, kijk eens goed! Dit is een uniek stukje bouwkunst!’ ‘Tuurlijk pa, al die gaten en scheuren… echt uniek!’ zegt Bas spottend.

De oude toren staart verdrietig voor zich uit. De jongen heeft gelijk, weet hij. Oh, wat baalt hij van zijn versleten, bejaarde lichaam dat vol zit met scheuren en gaten. Hij wil het wel uitschreeuwen. Maar het enige geluid dat er komt is het vrolijke deuntje van zijn carillon…

Al jarenlang torent de Lebuinustoren hoog boven Deventer uit. Dag in dag uit is hij getuige van alles wat er in de stad en ver daarbuiten gebeurt. Tot voor kort genoot hij daarvan. Maar nu hij ouder wordt en zijn lichaam hem in de steek laat, is het genieten voorbij. Wat nog rest is zijn droom. De droom van de toren met een jong en aantrekkelijk lichaam…

In zijn jonge jaren fantaseert de toren over heel andere dingen. Op eenzame hoogte droomt hij van een grote vriend.Ineens begint men, vlak naast hem, met de bouw van nog een toren! De Lebuinustoren is helemaal in de wolken. Zijn droom wordt werkelijkheid! Hij en zijn torenmaatje… lief en leed zullen ze delen. Samen zullen ze stormen en oorlogen doorstaan. Maar dromen zijn bedrog. Want verder dan de voeten van de tweede toren komt men niet. De Mariakerk staat in de weg. De droom van de toren valt in duigen.

Vele jaren later maakt het hart van de oude toren opnieuw een sprongetje. Verderop in de stad verrijst een nieuwe toren. Wordt het wachten beloond? Wordt deze toren zijn langverwachte maatje? Maar nee… deze nieuwkomer is eerder vijand dan vriend. De Leeuwenbrug blaast hoog van de toren. Wat een eigenwijs, arrogant geval zeg! En dan heeft hij ook nog eens alles wat de oude Lebuinustoren wil: een jong, strak en woest aantrekkelijk lijf… Een steek van jaloezie gaat door de oude toren heen.

De herinneringen maken de Lebuinustoren weemoedig. Hij voelt zich stokoud en diepongelukkig. Dikke stenen tranen rollen langs zijn lange lijf naar beneden. Onderaan de toren wordt gegild. Bas en zijn vader rennen geschrokken weg. De oude toren merkt het nauwelijks. Zijn tranen blijven stromen. De Lebuinustoren wordt gesloopt door verdriet en pijn.

Het duurt lang voor de oude toren bij zijn positieven komt. Zijn lijf voelt vreemd en leeg. Hij hoort rare geluiden. Het lijken wel hamers, zagen, machines… En waar zijn zijn klokken, zijn uurwerk, zijn torenhaantje? De Lebuinustoren schudt op zijn grondvesten. Maar hij kan geen kant op! Hij staat gevangen in steigers. De paniek slaat in alle hevigheid toe. De oude toren wil gillen, wil het uitschreeuwen. Maar zelfs zijn carillon zwijgt in alle talen…

Aan de voet van de toren verschijnt een grote kraan. Hij brengt de Lebuinustoren Vertrouwen. De nieuwe klok wordt boven in de toren gehesen. Op Kerstavond 2009 dalen de klanken van het carillon weer op Deventer neer. Het klinkt mooier dan ooit tevoren. Het torenhaantje keert terug op zijn vertrouwde stekkie. De wijzers van het uurwerk draaien weer hun vertrouwde rondjes. Scheuren en gaten zijn gedicht. Alle wonden van de toren zijn genezen. De Lebuinustoren is als herboren.

Mensen kijken vol bewondering omhoog. Van de Leeuwenbrug krijgt de Lebuinustoren zomaar een verliefde knipoog… Zelfs de regen klettert met ontzag op zijn nieuwe leien dak neer. De Lebuinustoren is zielsgelukkig! Af en toe knijpt hij zichzelf in zijn nieuwe strakke huidje. Au! Nee, het is geen droom…