Een druk hoofd




 

Wiebel zit in de klas. Kwebbeldekwebbel! De kinderen praten door elkaar.
Kwebbeldekwebbel! Het gepraat gaat door in Wiebel’s hoofd.
‘Sssssttt! En nu allemaal stil!’ klinkt het ineens. Wiebel schrikt. Het is juf Maartje.Ze kijkt een beetje boos. ‘Sssssttt! En nu allemaal stil!’  zegt juf Maartje in Wiebel’s hoofd.
Prrrrrttt! hoort Wiebel ineens. Oh… een van de kindjes uit zijn klas laat een scheetje!
Hè bah! Dat scheetje stinkt nog ook. Prrrrrtttt! Het stinkende scheetje kruipt in Wiebel’s hoofd.
Tringgggg! doet de schoolbel. Joepie, de school gaat uit!
Tringgggg! De schoolbel belt verder in Wiebel’s hoofd.
Aaah, er loopt een poesje op het schoolplein! Miauw, miauw! Wiebel bukt zich om het kleine beestje te aaien.Miauw, miauw! Het poesje wandelt Wiebel’s hoofd binnen.

Hè fijn, Wiebel is weer veilig thuis bij mama. Maar zijn hoofd is vol, bommetjevol.
‘Hoe was het op school Wiebel’, vraagt mama.
Kwebbeldekwebbel! Sssssttt! En nu allemaal stil! Prrrrrttt!
Tringgggg! Miauw, miauw! Hoe was het op school Wiebel?
Wiebel’s hoofd knalt bijna uit elkaar..
Die stomme geluiden en stemmen, ze moeten ophouden!
Kwebbeldekwebbel! Sssssttt! En nu allemaal stil! Prrrrrttt!
Tringgggg! Miauw, miauw! Hoe was het op school Wiebel?

Wiebel grijpt naar zijn hoofd. ‘Hou op!’ Hij schreeuwt het uit. Wiebel is boos, heel erg boos. Op al die drukte in zijn hoofd. Hij zwaait met zijn armen en schopt met zijn benen. Boem! Kleng! Bats! Hij trapt en slaat, hij schreeuwt, hij brult!

Maar dan voelt hij een kriebeltje in zijn nek. ‘Wat is er Wiebel?’ schreeuwt Kriebel in zijn oor.
‘Ik ben boos, megaboos!!’ gilt Wiebel terug.
‘Maar waarom dan Wiebeltje?’ roept zijn kleine vriendje uit.
‘Op dat stomme gedoe in mijn hoofd!’
‘Ach arme Wiebel…’ zucht Kriebel. ‘Ga eens even rustig zitten dan..’
‘Dat kán ik toch niet Kriebel, begrijp dat dan!’ Wiebel schreeuwt het uit.
‘Probeer het toch maar, héél even Wiebeltje, voor mij..’
En dan ploft Wiebel op de grond neer. Het valt niet mee, maar toch doet hij wat zijn kleine vriendje zegt.
‘Goed zo Wiebel!’ zegt Kriebel blij. ‘Nu heel diep zuchten’.
Wiebel neemt een grote hap lucht en blaast hem weer uit.
‘Goed zo Wiebel, luister naar je ademhaling’.
Kriebel maakt fluitende geluidjes. Die klinken nét als Wiebel’s ademhaling.
‘Wat zit er allemaal in je hoofd Wiebel?’ vraagt Kriebel.
Wiebel probeert na te denken. Dat lukt niet zo goed, want zijn hoofd is vol en hij is nog steeds boos.
Hij luistert naar de fluitende geluidjes die Kriebel maakt én naar zijn eigen ademhaling. Dan wordt hij wat rustiger.
‘Ik weet het!’ roept Wiebel ineens. ‘Toen ik op school was praatten alle kinderen door elkaar.’
‘Oké Wiebel, adem diep in en blaas al die kwebbelende kinderen er maar uit!’ zegt Kriebel.
Wiebel neemt een hap lucht en blaast, heel hard! Kwebbeldekwebbel! FLOEP, weg zijn de door elkaar pratende kinderen.
‘Zit er nog meer Wiebel?’ vraagt Kriebel.
‘Jahaa.. juf Maartje die boos werd’, zegt Wiebel.
‘Diep ademhalen Wiebel. Blaas die boze juf er maar uit!’
Wiebel neemt een hap lucht en blaast, heel hard!  Sssssttt! En nu allemaal stil! FLOEP, weg is juf Maartje.
‘Ooh Kriebel, die vieze, stinkende scheet zit er ook nog! !’
‘Hè jakkie!’ zegt Kriebel. Hij knijpt zijn paarse neusje dicht. ‘Die moet héél snel weg. Blazen maar weer Wiebel, zo hard als je kan!’
Wiebel neemt een hap lucht en blaast, heel hard! Prrrrrttt! FLOEP, weg is het vieze scheetje.
‘Nog meer Wiebeltje?’ vraagt Kriebel.
Wiebel knikt: ‘de schoolbel!’
‘Oké dan, blaas die bel er maar uit!’ zegt Kriebel.
Wiebel neemt een hap lucht en blaast, heel hard! Tringgggg! FLOEP, weg is de schoolbel.
‘En nu Wiebel?’ vraagt Kriebel.
‘Het poesje!’ antwoordt Wiebel.
‘Oké daar gaan we weer’, zegt Kriebel.
Wiebel neemt een hap lucht en blaast, heel hard! Miauw, miauw! FLOEP, weg is het lieve poesje.
‘Is je hoofd nu leeg Wiebel?’ vraagt Kriebel.
Wiebel schudt zijn hoofd. ‘Alleen mama is er nog!’
‘Dan gaan we nog een keertje blazen Wiebel!’
‘Neehee!’ roept Wiebel.
Kriebel kijkt zijn grote vriend verbaasd aan.
‘Mama moet blijven! Mama is lief; bij haar ben ik veilig.’ Met zijn grote blauwe ogen kijkt Wiebel mama aan.
‘Wat vroeg je ook al weer?’ vraagt hij.
‘Hoe het op school was’, zegt mama zacht.
‘Ach, best leuk hoor’, zegt Wiebel. ‘Maar wel een beetje druk.’
Mama slaat haar arm om Wiebel heen. ‘Gaat het weer een beetje Wiebel?’
‘Ja hoor mama’, lacht Wiebel. Want dankzij Kriebel is het nu weer lekker rustig in Wiebels hoofd.